Fifth International Conference on Creationism (ICC-5). Pittsburgh, Pennsylvania, USA, 4 - 9 August 2003
HOE JONG IS DE AARDE?
Amerikaanse creationisten deden grensverleggende experimenten met koolstof-14 en met helium diffusie in gesteente.

Radiodatering is al lang een hot topic onder creationisten. Er zijn nu twee sterke argumenten aan het creationistische arsenaal toegevoegd die bewijs vormen voor een jonge aarde en die seculiere wetenschappers voor een raadsel stellen. (1) Oude en nieuwe metingen geven aan dat er koolstof-14 aanwezig in monsters uit alle geologische tijdperken, inclusief steenkool en inclusief een diamant die gevonden is in precambrisch gesteente in het Zuid Afrikaanse Kimberley. Dit geeft aan dat de leeftijd van de fossielhoudende geologische aardlagen minder is dan 100.000 jaar. (2) Bij het verval van uranium dat aanwezig is in zirkoon kristallen ontstaat helium. Door diffusie verspreid dit helium zich over het omringende gesteente. Nieuwe metingen aan anderhalf miljard jaar oud gesteente geven echter aan dat er nog nauwelijks diffusie van helium heeft plaatsgevonden. De diffusiesnelheid van helium is nu bepaald en de leeftijd kan op grond van aanwezig helium en diffusiesnelheid bepaald worden. Het resultaat is dat fossielhoudende geologische aardlagen niet ouder kunnen zijn dan 14.000 jaar.
De wetenschappelijke wereld heeft nog niet op dit werk gereageerd. De verwachting is dat de huidige radiostilte opgeheven zal worden als de resultaten in 2005 in boekvorm gepubliceerd zullen worden.

VERSNELD VERVAL VAN RADIOACTIEVE ELEMENTEN: WENS OF WAARHEID?
Het Institute of Creation Research presenteerde nieuw onderzoek naar radiodatering.

Uranium-lood datering van zirkoon kristallen geeft anderhald miljard jaar als leeftijd, terwijl helium diffusie 14.000 jaar aangeeft. Dit kan verklaard worden met versneld radioactief verval. Theoretische voorspellingen op basis van de quantummechanica geven aan dat radioactief verval vroeger sneller geweest kan zijn dan vandaag. Voorspeld wordt dat de vervalsnelheid van kort levende radioactieve elementen niet versneld geweest is, maar wel van de elementen met een lange halfwaardetijd. Verder wordt voorspeld dat a-verval processen meer versneld geweest zijn dan de ß-verval processen. Van een basaltmonster  uit de Grand Canyon zijn zowel van het gesteente als geheel als van de afzonderlijke kristallen in het gesteente de gehaltes van verschillende radio-isotopen bepaald. De metingen zijn uitgevoerd in een extern en goed gekwalicifeerd laboratorium. De leeftijden lopen sterk uiteen. Kalium - Argon geeft de jongste leeftijd: 842 miljoen jaar en Samarium - Neodinium de hoogste: 1375 miljoen jaar. Deze vervalprocessen, samen met Rubidium - Strontium en Uranium - Lood en Koolstof-14 - Stikstof zijn in overeenstemming met de voorspelde trends.
Versneld radioactief verval is theoretisch mogelijk en de voorspelde trends worden bevestigd met gemeten data.
VARENDE CONTINENTEN
De continenten zijn over grote afstanden verplaatst. De theorie van catastrofale platentektoniek zegt dat dit snel gebeurd kan zijn..

De oceaanbodem bestaat uit een dikke laag hard basalt, met daaronder vloeibaar magma. De continenten bestaan vooral uit graniet, dat lichter is en de continenten drijven hoger op het vloeibare magma. De harde oceaanbodem zakt door de zwaartekracht langzaam weg in het lichtere magma en berekeningen geven aan dat het wegzakken ook snel gebeurd kan zijn. Het gevolg is dat de oceaanbekkens minder diep worden en dat het water over de continenten stroomt. Daarna wordt de zeebodem weer dikken en worden de oceaanbekkens dieper en de continenten droog.
Deze theorie verklaart de verplaatsing van continenten in een korte tijd. Verder worden vele tot nu toe onbegrepen geologische gegevens verklaard. In het geologische verleden heeft er op uitzonderlijk grote schaal afzetting van gesteente plaatsgevonden. Er zijn dikke pakketten sedimentair gesteente met uniforme samenstelling gevormd op wereldschaal. Vandaag vindt nergens afzetting plaats op deze schaal en met deze uniformiteit. Verder wordt vrijwel geen erosie aangetroffen op de grenzen tussen de verschillende sedimentaire eenheden. Dat wijst er op dat de pakketten snel na elkaar moeten zijn afgezet, in een enkelvoudige enorm grote wereldomvattende catastrofe in het verleden.
DE WATERDAMPKOEPEL THEORIE GAAT TEN ONDER
De veronderstelling dat er vroeger de aarde in een warme deken van waterdamp gehuld geweest is lijkt niet langer houdbaar.

Bij het begin van de zondvloed zou een waterdampkoepel ingestort zijn en voor het water van de zondvloed hebben gezorgd. Zelfs een aanhanger van deze theorie komt tot de conclusie dat een waterdampkoepel tot buitengewoon onwaarschijnlijke situaties leidt die er vrijwel zeker niet geweest zullen zijn.
DRIJVENDE OERBOSSEN EN STEENKOOL
De fossielen uit de vroegste geologische periodes (Paleozoicum) kunnen afkomstig zijn van de zee en van een enorm drijvend oerbos.

Het concept is dat er een enorm drijvend bos geweest is, dat van zee naar kust veranderde in plantensoorten. Tijdens de zondvloed ging dit bos ten onder en de volgorde van de plantensoorten in het bos vinden we terug in de volgorde van de plantenfossielen in de sedimentgesteentes. Steenkool uit het Carboon is dan van dit drijvende bos afkomstig.

SOORTEN EN OORSPRONG
Welke soorten zijn verwant, en welke zijn afzonderlijk geschapen? Onderzoek geeft aan dat oersoort of basistype ongeveer overeen komt met familie. Na de zondvloed hebben soorten binnen een familie zich uit de oorspronkelijke oersoort ontwikkeld.

Aan het oude concept basistype (of 'baramin', een hebreeuws samenvoegsel dat letterlijk 'geschapen soort' betekent) werd opnieuw onderzooek gedaan. Er zijn sterke aanwijzingen dat 'baramin' in het algemeen breder is dan geslacht maar beperkter dan klasse en ongeveer overeenkomt met het taxon 'familie'. Als voorbeeld is de stamboom van de paarden in detail uitgewerkt en alle fossiele paarden blijken onderling verwant te zijn.
ADAM OF AAP?
Er bestaat geen bewijs voor overgangsvormen tussen mensen en apen.

De fossielen van veronderstelde overgangsvormen tussen apen en mensen zijn opnieuw onderzocht. Apen zijn altijd apen geweest. Mensen zijn altijd mensen geweest. Er zijn geen gegevens die bestrijden dat God, de Schepper van het Ieven, de landdieren en de mens op de zesde dag van de schepping geschapen heeft, zoals beschreven in de bijbel.
DE BETROUWBAARHEID VAN GENESIS.
Ook volksverhalen bevestigen de betrouwbaarheid van Genesis.

Genesis bevat niet alleen alle kernelementen uit de volksverhalen, maar mist bovendien de verminkingen en de in de loop der jaren toegevoegde mythologische elementen. Als het mogelijk zou zijn om alle volksverhalen te combineren tot één oorspronkelijk verhaal, dan zou dat bijzonder veel op Genesis lijken. Adam en Eva (en later Noach en zijn familie) hebben hun directe nakomelingen de informatie verstrekt, waarvan belangrijke delen in Genesis zijn opgenomen en waaruit de volksverhalen zich in de loop van de tijd ontwikkeld hebben. In grote lijnen geldt hetzelfde voor de honderden zondvloedverhalen die onder vrijwel alle volken gevonden worden.

Bron: vd Heide; "Toevallig niet" ;   Uitg. Medema ISBN 9063534248
Enkele notities uit het verslag van een congresganger.
Voor een volledig verslag en commentaar zie het boekje:
"Toevallig niet" , geschreven door dr. Evert van der Heide;   Uitg. Medema ISBN 9063534248
zie ook: http://mpkiel.org/radioactieve_datering.htm