2.7.Feilloze ouderdomsbepalingen
Behalve de relatieve datering van een gesteente met behulp van gidsfossielen, heeft men ook de beschikking over radioactieve dateringsmethoden. Bij deze dateringsmethode maakt men gebruik van het verschijnsel dat radioactieve stoffen, (bv uranium), in de loop der tijd spontaan uiteenvallen. Hoe minder van de oorspronkelijke stof over is, des te langer heeft het vervalproces geduurd. Uit de overgebleven hoeveelheid radioactiviteit berekent men dan een zogenoemde absolute ouderdom.
De schoolboeken gaan er van uit dat ouderdomsbepalingen via radioactiviteitmetingen een juiste datering geven.

Wat vergeten wordt:
Er wordt vergeten de randvoorwaarden er bij te vermelden. We nemen als voorbeeld de radioactieve datering volgens de kalium/argon-methode, die gebruikt wordt voor datering van stollingsgesteente.
Radioactief kalium (het “moederelement”) gaat langzaam over in radioactieve “dochterelementen”, o.a. het gas argon. Hoe ouder het gesteente is, des te minder radioactief kalium en des te meer radioactief argon er zal zijn. De verhouding tussen de hoeveelheden radioactief kalium en argon kan men meten. Vervolgens trekt men deze waarde door naar het tijdstip waarop alleen radioactief kalium aanwezig was.
Op deze wijze dateert men stukjes lava (een stollingsgesteente) die in een sedimentgesteente gevonden worden en vervolgens stelt men daarop de ouderdom van de laag vast.
Aan deze methode kleven minstens drie bezwaren:
1.Men weet niet hoeveel argon-40 in de lava aanwezig was, toen het gevormd werd (toen het stolde). Deze hoeveelheid wordt berekend uit de aanwezige hoeveelheid argon-36. Bij die berekening gaat men er van uit dat de verhouding argon-36 tot argon-40 bij het stollen van de lava gelijk was aan die in de atmosfeer destijds en dat die verhouding in de atmosfeer nu nog hetzelfde is.
2.Aangenomen wordt dat de vervalsnelheid van kalium-40 al die miljoenen jaren gelijk gebleven is.
3.Een derde veronderstelling, waarvan uitgegaan wordt bij radiometrische datering is dat het systeem “gesloten” geweest is, sinds het gesteente gevormd werd. Dat wil zeggen er kwam niets bij en er verdween ook niets uit het gesteente (door bijvoorbeeld regenwater).


Illustratie van de dateringsmethode met radioactieve stoffen.
Je kunt alleen berekenen hoe lang de kraan heeft gedruppeld.
(1) als je weet hoeveel water er aan het begin in de bak zat,
(2) als de kraan altijd even snel heeft gedruppeld, en
(3) als het systeem altijd 'gesloten'is geweest, dwz als er geen water in of uit is gelekt.

Figuur uit Hobrink; Evolutie, een ei zonder kip.
Uitg.Gideon ISBN 9060673387
C:\Documents and Settings\Hoek\Mijn documenten\web2\erwordtaangewerkt.html