De mens heeft een stoffelijk lichaam, dat in biochemisch opzicht vergelijkbaar is met dat van dieren, en een persoonlijk bewustzijn, de ziel of het 'ik' dat denkt, voelt en een wil heeft. Tijdens het leven zijn ziel en lichaam niet te scheiden.
Er is echter ook een geestelijke dimensie, die nauw verweven is met de ziel. Het onderscheid tussen ziel en geest wordt in de Bijbel vergeleken met het verschil tussen gewricht en merg.
Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten (Hebreeën 4:12).
In figuur 4 is dit schematisch weergegeven.